Sport is een gratis pilletje
door: Veronique Huijbregts
Voor mensen met diabetes is bewegen bijna net zo belangrijk als de insuline die ze moeten spuiten, zegt topsporter Bas van de Goor. In 2003 kreeg deze profvolleyballer diabetes type 1. Hij liet zich niet uit het veld slaan en sportte op topniveau door. Nu wil hij met zijn Bas van de Goor Foundation diabetespatiënten tot sporten aanzetten.
Van 1993 tot 2005 volleybalde Van de Goor op topniveau. Samen met zijn teamgenoten boekte hij veel successen, met als hoogtepunt het Olympisch goud in 1996 in Atlanta. Cadeau kreeg de volleyballer het succes zeker niet. Zijn hele carrière is hij geplaagd door fysieke tegenslagen. Hij somt op: de ziekte van Pfeiffer, hepatitis A, diverse blessures, een hersentrombose en leverklachten. Als klap op de vuurpijl kwam daar in 2003 diabetes bij. ‘In oktober 2003 kreeg ik ontzettende last van vermoeidheid,’ vertelt hij. ‘Ik kon de training nauwelijks meer volhouden, viel kilo’s af en had voortdurend dorst. Mijn huisarts dacht aan een virusje. Maar hij liet wel al het woord diabetes vallen. Ik ben gaan zoeken op internet en twijfelde al snel niet meer: ik had alle symptomen.’ Onderzoek bevestigde de diagnose. ‘Dat ik echt diabetes type 1 had, was even schrikken,’ zegt hij. ‘Toen moest ik een dagje de veren opschudden. Maar ik heb snel de knop omgezet. Ik ontdekte dat er genoeg andere topsporters zijn met diabetes. Hun voorbeeld maakte me duidelijk dat topsport prima kan samengaan met diabetes.’ Van de Goor was gewend om te knokken. Die houding kwam nu goed van pas. Tijdens een ziekenhuisopname werd hij ingesteld op insuline. Direct na zijn ontslag begon hij rustig aan met trainen. Vier weken later speelde hij weer een wedstrijd.
Insulinepomp
Moeite met zijn medicijngebruik heeft Van de Goor nooit gehad. ‘In het begin wilde ik echt alles van de ziekte weten,’ vertelt hij. ‘Eigenlijk verwachtte ik dat ik er vervolgens mijn buik vol van zou hebben. Maar zo liep het niet. Van ontdekken is het overgegaan in routine: twee keer tandenpoetsen per dag, vier keer spuiten, het hoort er gewoon bij. Ik hoor soms verhalen van jongeren die ervan balen dat ze moeten spuiten. Die houden er dan gewoon mee op. Voor hun gezondheid is dat funest.’ Sinds een half jaar heeft Van de Goor een insulinepomp, die dag en nacht met zijn lichaam verbonden is. Dat vindt hij een gigantische vooruitgang. Voorheen moest hij regelmatig zoeken naar zijn spullen en altijd zorgen dat hij die bij zich had. ‘Ik ben een chaoot,’ lacht hij. ‘En nu hoef ik ook niet meer te spuiten. Op een gegeven moment wordt je huid op die plekken wat beurs.’ Als topsporter had Van de Goor een uitgebreid medisch team om zich heen, dat onderzocht hoe hij diabetes en topsport het beste kon combineren. Nu is dat niet meer nodig. ‘Met die pomp loopt alles perfect.’
Bewegen voor mensen met diabetes
In 2005 zei Van de Goor de topsport vaarwel. Deze verandering confronteerde hem met het belang van bewegen voor mensen met diabetes. Zijn glucosewaarden gingen sterker schommelen en hij moest meer insuline spuiten. Hij legt uit hoe dat komt. ‘Insuline zorgt ervoor dat je spieren van energie worden voorzien.Als je sport, heb je, anders dan je misschien zou verwachten, minder insuline nodig. Je hebt ook minder last van schommelingen in je glucosewaarden.’ Hij vervolgt: ‘Als ik zes boterhammen eet maar nauwelijks beweeg, heb ik veel meer insuline nodig om mijn glucosewaarden op een gezond niveau te houden dan wanneer ik ga bewegen. Door bijvoorbeeld een eind hard te lopen, kan ik het effect van die boterhammen op mijn glucosewaarden nivelleren. Dan hoef ik niet bij te spuiten. Daar moet ik wel vooraf rekening mee houden. Ik moet dus steeds een rekensom maken. Net als elke andere diabetespatiënt.’ De hoeveelheid insuline die iemand nodig heeft is heel persoonlijk, legt hij uit, en varieert met de omstandigheden. Ook stress is daarop van invloed. ‘Naar je lichaam luisteren is dus erg belangrijk. Ik heb de pech dat ik er weinig van merk als mijn glucosewaarden te hoog of te laag zijn. Ik moet dus vaker meten.’
Hypo
‘Nog altijd zijn er behandelaars die mensen met diabetes adviseren voorzichtig te zijn met bewegen, omdat ze anders in een ‘hypo’ (door te lage glucosewaarden wegzakken in een comateuze toestand) terecht kunnen komen,’ zegt Van de Goor. ‘Dat is heel jammer. Behandelaars zouden juist goed moeten uitleggen wat het verband is tussen bewegen en de hoeveelheid insuline die je nodig hebt. Dan kunnen mensen zelf goed berekenen hoeveel insuline ze via medicatie nodig hebben. Goede voorlichting over hoe de ziekte werkt, is dus erg belangrijk.’ Bewegen is belangrijk voor iederéén met diabetes, of je nu type 1 of type 2 hebt, benadrukt hij. ‘Als type 1- patiënt moet je altijd insuline spuiten, omdat je helemaal geen insuline meer aanmaakt. Als je type 2 hebt, maak je nog wel wat insuline aan. Als je gaat bewegen, val je af en verbetert je insulinegevoeligheid. Je gebruikt de insuline die je nog zelf aanmaakt daardoor effectiever. Eigenlijk is sport dus een gratis pilletje.’
Boodschap
Om die boodschap uit te dragen heeft Van de Goor inmiddels zijn eigen stichting opgezet, de Bas van de Goor Foundation. ‘Het doel van de stichting is om de kwaliteit van leven van mensen met diabetes te verhogen door middel van sport,’ vat Van de Goor samen. De Foundation richt zich in de eerste plaats op de groeiende groep jongeren met diabetes. Met sportclinics en een sportkamp wil Van de Goor hen aan het sporten krijgen. Maar ook volwassenen die diabetes hebben of een groot risico lopen het te krijgen, wil hij overtuigen van het nut van bewegen. Zo liep hij met leden van de Diabetes Vereniging Nederland de Nijmeegse Vierdaagse. In oktober gaat hij met een groep volwassenen de Kilimanjaro in Tanzania (5895m hoog!) beklimmen. ‘We gaan onderzoeken welke effecten hoogte op diabetes heeft.’ Sinds kort traint Van de Goor weer bij zijn oude club. Gewoon omdat hij het leuk vindt. Want volleybal blijft zijn passie.
Surf voor meer informatie over de Bas van de Goor Foundation naar www.bvdgf.org

